top of page

Crash


Op een bepaald moment was Elke wat te vaak vergeten plannen. Heel stilletjes aan, nauwelijks merkbaar voor buitenstaander geraakte ze elke dag een beetje meer overprikkeld. Na maanden waarin ze slecht sliep en voortdurend wakker werd van de rugpijn begon de vermoeidheid haar meer en meer parten te spelen. Alles werd haar teveel. Eerst werd ze enkel gek van haar collega’s, nadien ook van het idee aan haar collega’s en werk in het algemeen. Ze kon ook steeds minder verdragen van haar familie én dat op een moment dat de familie 2 overlijdens te verwerken kreeg. Ze probeerde op de been te blijven maar hoe harder ze probeerde, hoe slechter het met haar ging. Na 5 nachten zonder slaap, vond Elke dat het genoeg geweest was. Ze wilde naar het ziekenhuis voor een handje help bij dat slapen. Aangezien ze zelf zo moe was en vond dat ze haar plan moest trekken, belde ze de 112. Ze had de kinderen immers geleerd 1 1 2 te bellen wanneer je in nood was. De vrouw van de 100-centrale was heel vriendelijk, ze vroeg waar Elke hulp bij nodig had en Elke legde uit dat ze autisme had, al 5 dagen niet geslapen had en naar het ziekenhuis wilde. De vrouw vroeg of ze dan geen auto had. Elke vertelde haar dat ze zichzelf niet in staat achtte om met de auto naar het ziekenhuis te gaan. Elke kon amper nog denken van vermoeidheid, parking zoeken en dergelijke leken haar even veel te moeilijk. De vrouw zei dat ze een ziekenwagen zou sturen. Elke zei nog dat het niet dringend was, dat ze wel beneden zou wachten. De vrouw zei dat de ziekenwagen sowieso onmiddellijk kwam. Elke pakte dus snel wat spullen en ging beneden wachten zoals ze gezegd had.

De ziekenwagen was er inderdaad onmiddellijk. Elke was even opgelucht: ze zou geholpen worden om te slapen. Ze meende dat ze vanaf dan veilig zou zijn. Niets was echter minder waar. De ambulancier kwam uit de ziekenwagen en blafte haar toe: is het voor u? Elke zei ja, ik had gebeld. “Wij zijn geen taxi he.” Taxi? Elke schaamde zich dood dat ze niet simpelweg aan een taxi gedacht had om naar het ziekenhuis te gaan. “Sorry zei ze, u heeft gelijk maar ik heb autisme en de gedachte aan een taxi kwam gewoon niet bij me op.” De mevrouw van de 100 had dat ook niet gesuggereerd. Had ze dat gedaan, dan had Elke beslist een taxi gebeld.

In de ziekenwagen ging de ambulancier maar door: “Jij ben geen dringend geval he. Door u kunnen mensen die ernstig in nood zijn nu geen hulp van ons krijgen.” Elke zei nog dat ze dat wist maar dat ze autisme had, 5 dagen niet geslapen had en eenvoudigweg niet meer kon nadenken. De man antwoordde: “Wat als uw moeder op dit moment een ongeluk heeft? Dan ligt ze misschien te sterven omdat jij nu in onze ziekenwagen zit voor niets.” Toen had Elke het gehad, ze wist dat de ambulancier nu over de schreef gegaan was. Ze zei hem dat ze er niet meer over wilde praten, dat ze binnen de minuut in het ziekenhuis zouden zijn en dat ze wist dat zij wel hulp nodig had en dat hij zijn uitspattingen zou beklagen.

Het kwaad was echter geschied. Door het gedrag van de ambulancier werd ze nog onzekerder en bozer dan ze al was. Ze had de laatste dagen wel het gevoel dat ze wat manisch aan het worden was maar na de escapade van de ambulancier werd ze pas echt heel boos. In deze toestand kwam ze in het ziekenhuis, werd manisch bevonden en rijp om platgespoten te worden. Zo geschiedde.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page